Huurders betaalden in juli gemiddeld 4,4% meer dan een jaar eerder. Tegelijkertijd groeiden de Nederlandse bestedingen aan tv-reclame in de eerste helft van 2026 met 2,5% tot 400 miljoen euro. De cijfers beschrijven twee afzonderlijke markten, maar laten zien dat woonlasten verder oplopen terwijl adverteerders weer meer geld aan televisie besteden.
Huurstijging zwakt af
De gemiddelde huurstijging van 4,4% ligt onder die van de twee voorgaande jaren, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2025 stegen de huren gemiddeld met 4,9% en in 2024 met 5,4%.
Voor sociale huurwoningen van woningcorporaties kwam de gemiddelde verhoging eveneens uit op 4,4%. Woningcorporaties bezitten ongeveer twee derde van alle huurwoningen. In de vrije sector bedroeg de gemiddelde stijging dit jaar 4,5%, vergeleken met 4,4% een jaar eerder.
De uitkomst wordt mede beïnvloed door bewonerswisselingen. Worden nieuwe huurcontracten buiten beschouwing gelaten, dan steeg de huur van bestaande contracten gemiddeld met 3,8%. Bij een wisseling van huurder mag de huur sterker toenemen dan bij de reguliere jaarlijkse huurverhoging. Daarbij spelen het inkomen van de huurder en de indeling van de woning als sociaal, middenhuur of vrije sector een rol.
Televisie trekt weer meer reclamegeld
De tv-reclamemarkt brak in de eerste zes maanden van 2026 met een periode van dalende bestedingen. De markt groeide met 2,5% naar 400 miljoen euro, blijkt uit het TV Halfjaarrapport 2026 van Screenforce. Daar gingen drie opeenvolgende eerste halfjaren met lagere reclamebestedingen aan vooraf.
De groei betreft de totale Nederlandse tv-reclamemarkt over januari tot en met juni. Daarmee is televisie weer goed voor een hoger bedrag aan reclame-inkomsten dan in dezelfde periode een jaar eerder.
De cijfers moeten los van elkaar worden gelezen. De huurmeting vergelijkt de woonlasten in juli met die van een jaar eerder, terwijl Screenforce de reclame-uitgaven over het eerste halfjaar registreert. Wel zijn beide ontwikkelingen concreet: de jaarlijkse huurstijging blijft boven de 4%, terwijl de tv-markt na anderhalf jaar van teruglopende eerste halfjaren opnieuw groei rapporteert.
