Connecticut heeft in het meest recente begrotingsjaar circa $1,3 miljard aan overtollige inkomsten toegevoegd aan de ondergefinancierde pensioenen voor staatsmedewerkers en leraren. De extra pensioenstortingen uit begrotingsoverschotten zijn daarmee in zeven jaar opgelopen tot meer dan $11 miljard.
Staatspenningmeester Erick Russell maakte de storting dinsdag bekend. De staat gebruikt de meevallende inkomsten dus niet alleen voor de reguliere financiering van de pensioenregelingen, maar zet ze ook in om bestaande tekorten terug te dringen. Dat is van belang voor de begroting op lange termijn: pensioenverplichtingen lopen decennialang door en een lagere financieringsachterstand beperkt de druk op toekomstige staatsbudgetten.
Overschotten naar bestaande tekorten
De keuze van Connecticut laat zien hoe een begrotingsoverschot direct kan worden aangewend voor verplichtingen die al op de balans staan. De pensioenen voor ambtenaren en leraren waren ondergefinancierd. Met de laatste overboeking komt het totaal aan aanvullende stortingen sinds zeven jaar boven $11 miljard uit.
Russell koppelde de bekendmaking aan de recente afronding van het begrotingsjaar. Over de precieze verdeling van de circa $1,3 miljard tussen de twee pensioenregelingen vermeldt de beschikbare informatie geen details.
Obligatiemarkt opnieuw onder druk
Op dezelfde dag liepen de rendementen op Amerikaanse staatsobligaties tijdens de handel op tot de hoogste niveaus van de sessie. Een terugkoopoperatie van het Amerikaanse ministerie van Financiën, geleid door minister Scott Bessent, bereikte daarbij niet het beoogde doel.
De stijgende Treasury-rentes pasten in een bredere wereldwijde verkoopgolf op de obligatiemarkt. Hogere olieprijzen, hardnekkige inflatie in de Verenigde Staten en het besluit van de Europese Centrale Bank om de rente te verhogen, vormden volgens de Financial Times samen de aanjagers van die beweging.
Voor een staat als Connecticut lopen deze twee ontwikkelingen naast elkaar. De storting verlaagt de bestaande pensioenachterstand, terwijl de obligatiemarkt laat zien dat de financieringsomgeving snel kan veranderen door inflatie, energieprijzen en monetair beleid. De extra aflossing op pensioenverplichtingen is een begrotingsbesluit; de hogere marktrentes bepalen tegelijk de bredere voorwaarden waaronder overheden en andere grote leners kapitaal aantrekken.
