De belastingplannen voor volgend jaar leggen het zwaartepunt van de lastenverzwaring bij werkenden. Tegelijk wordt in de Verenigde Staten een renteverhoging van de Federal Reserve verwacht, de eerste sinds 2023. Beide ontwikkelingen raken rechtstreeks aan de kosten van arbeid, inkomen en financiering, maar via uiteenlopende instrumenten.
Vrijwel hele lastenverzwaring komt bij arbeid terecht
Van de voorziene lastenverzwaring van €6 miljard volgend jaar bestaat €5,8 miljard uit hogere lasten op arbeid. De Raad van State constateerde dat volgens NOS Economie. Daarmee komt vrijwel de volledige extra belastingdruk terecht bij inkomen uit werk.
Dat schuurt met de brede politieke ambitie om werken meer te laten lonen. Ook onder economen bestaat volgens Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Vrije Universiteit Amsterdam, overeenstemming dat inkomen uit arbeid relatief zwaar wordt belast vergeleken met inkomen uit vermogen.
Aart Gerritsen, universitair hoofddocent aan de Erasmus School of Economics, wijst erop dat een hogere belasting op vermogen ruimte kan bieden om het tarief op arbeid te verlagen, als de belastinginkomsten gelijk moeten blijven. Jacobs en Gerritsen pleiten daarbij niet zonder meer voor een verhoging van het bestaande tarief in box 3. Dat bedraagt 36% op vermogensinkomsten. Hun punt is dat de verhouding tussen de heffing op arbeid en vermogen evenwichtiger kan worden ingericht.
Amerikaanse centrale bank staat voor rentebesluit
De Federal Reserve zal naar verwachting woensdag de rente verhogen. Dat zou de eerste verhoging sinds 2023 zijn. Volgens Bloomberg neemt bij beleidsmakers het vertrouwen af dat de inflatie zonder ingrijpen van de centrale bank voldoende afkoelt.
De inzet rond het besluit is verhoogd door agressieve marktverwachtingen voor renteverhogingen. Daardoor is niet alleen de rentestap zelf van belang, maar ook de toelichting van de Fed op het mogelijke vervolg.
David Mericle, hoofdeconoom voor de Verenigde Staten bij Goldman Sachs, stelt dat de Amerikaanse economie niet oververhit is. Volgens hem blijven inflatiedrukken beheersbaar en is de arbeidsmarkt gezond en in balans. Een renteverhoging zou de Fed daarom niet per definitie vastleggen op een volgende stap.
Stijgende olieprijzen kunnen het beleid volgens Mericle wel ingewikkelder maken. Hogere energieprijzen kunnen de inflatie opnieuw aanjagen, terwijl een verdere renteverhoging de financieringskosten voor huishoudens en bedrijven zou verhogen.
Waar Den Haag worstelt met de verdeling van belastingdruk tussen arbeid en vermogen, draait het Amerikaanse debat om de vraag hoeveel monetaire verkrapping nodig is om de inflatie te beteugelen.
