De Autoriteit Consument & Markt, ACM, ziet dat consumenten vaak onvoldoende begrijpen hoe computergestuurde prijzen tot stand komen. Brancheorganisatie VNLOK heeft intussen Meta voor de rechtbank Amsterdam gedaagd vanwege de verspreiding van illegale gokreclames op Facebook en Instagram. De dossiers gaan over verschillende markten, maar leggen beide de nadruk op de invloed van digitale systemen op wat gebruikers betalen en te zien krijgen.
ACM ziet onduidelijkheid over prijsalgoritmen
De ACM baseert haar bevindingen op een onderzoek naar computergestuurde prijzen van vliegtickets, dat in 2025 begon. De toezichthouder wilde inzicht krijgen in de manier waarop deze prijzen worden gevormd en in de gevolgen voor consumenten.
Prijsalgoritmen kunnen onder meer vraag en aanbod en prijzen van concurrenten verwerken. Daardoor is het mogelijk dat consumenten op hetzelfde moment voor hetzelfde product verschillende prijzen zien. De prijs van een vliegticket kan bovendien snel wijzigen, terwijl voor reizigers niet altijd zichtbaar is welke factoren daarbij doorslaggevend zijn.
De praktijk strekt zich uit buiten de luchtvaart. Ook webwinkels en tankstations gebruiken computergestuurde prijzen. Volgens ACM-voorzitter Martijn Snoep zijn de bevindingen uit de luchtvaartsector daarom breder relevant: vergelijkbare technieken worden ook in andere sectoren toegepast.
Meta gedagvaard om gokreclames
VNLOK verwijt Meta dat illegale gokreclames op grote schaal via Facebook en Instagram worden verspreid. De dagvaarding is de laatste stap in de juridische procedure die de brancheorganisatie in juni aankondigde.
Het juridische conflict valt samen met een stemming in de Tweede Kamer. Dinsdag stemt de Kamer over een motie die de Kansspelautoriteit de bevoegdheid moet geven online platforms, waaronder Meta, te beboeten wanneer zij onvoldoende optreden tegen illegale gokreclames.
De ACM richt zich op de inzichtelijkheid van geautomatiseerde prijsbepaling. VNLOK stelt juist de verantwoordelijkheid van een platform voor advertenties ter discussie. In beide gevallen staat de positie van de gebruiker centraal: digitale systemen bepalen mede welke prijs iemand krijgt voorgeschoteld en welke commerciële uitingen via een platform worden verspreid.
