De Nederlandse Staat wil zijn belang in ABN Amro verlagen van 20,7% naar 10,5%. NL Financial Investments, de organisatie die namens de regering overheidsbelangen in banken en verzekeraars beheert, voert de verkoop uit. Wanneer de nieuwe afbouw is voltooid, is nog niet bekend.
De stap past in de privatisering die in 2015 begon. Tijdens de kredietcrisis kocht de Staat ABN Amro voor €16,8 miljard, om te voorkomen dat de bank zou omvallen. Afgelopen juli was het belang al teruggebracht tot 20,7%.
Beurskoers verandert beeld van reddingsoperatie
De verkoop gebeurt in kleine stappen. De vorige verkoopronde duurde ongeveer tien maanden. Die aanpak beperkt de directe blootstelling van de Staat aan de koersontwikkeling van één afzonderlijk verkoopmoment, maar maakt ook dat de uiteindelijke opbrengst pas na verdere transacties vaststaat.
De sterk gestegen beurswaarde van ABN Amro heeft het financiële beeld van de reddingsoperatie veranderd. Lange tijd was de verwachting dat Nederland op de ingreep verlies zou lijden. Nu bestaat volgens de beschikbare informatie de mogelijkheid dat de Staat op de totale operatie geen verlies maakt en zelfs een beperkte winst behaalt.
IMF waarschuwt voor internationale druk
De afbouw van het ABN Amro-belang valt samen met een waarschuwing van het Internationaal Monetair Fonds over de bredere wereldeconomie. IMF-topvrouw Kristalina Georgieva roept overheden op snel te handelen tegen een combinatie van risico’s: een onevenwichtige opleving rond kunstmatige intelligentie, een langdurige energieschok en recordhoge schulden.
Het IMF ontvangt volgende week economische beleidsmakers uit de hele wereld. De organisatie ziet juist de samenloop van AI-investeringen, olie en schuldniveaus als een bron van kwetsbaarheid. De waarschuwing staat los van de Nederlandse aandelenverkoop, maar schetst wel de internationale omgeving waarin overheden hun financiële posities beheren.
Voor de Staat blijft ABN Amro een concreet dossier met een lange voorgeschiedenis: publiek bezit dat ontstond in een crisis, waarna de terugkeer naar de markt geleidelijk wordt uitgevoerd. Met een resterend belang van 10,5% houdt Nederland na deze verkoopstap nog steeds een aandeel in de bank.
