FIRE in Nederland: hoeveel vermogen heb je nodig?

Laatst bijgewerkt: 1 september 2026

Beeld bij FIRE in Nederland: hoeveel vermogen heb je nodig?

Het Nederlandse FIRE-bedrag begint bij één getal: je jaarlijkse uitgaven. Wie €2.500 per maand nodig heeft, geeft €30.000 per jaar uit. Met een opnamepercentage van 4% hoort daar als eerste richtpunt €750.000 bij. Bij 3,5% wordt het €857.143.

Dat is pas de basis. In Nederland bepalen ook box 3, pensioen en AOW hoeveel vrij beschikbaar vermogen er werkelijk nodig is.

FIRE-bedrag per maandbudget

De formule is eenvoudig:

Jaaruitgaven gedeeld door het opnamepercentage = doelvermogen

Maandelijkse uitgavenPer jaarBij 4%Bij 3,5%
€2.000€24.000€600.000€685.714
€2.500€30.000€750.000€857.143
€3.000€36.000€900.000€1.028.571
€4.000€48.000€1.200.000€1.371.429

De bekende 4%-regel is gebaseerd op historische Amerikaanse portefeuilles en een periode van dertig jaar. Wie op zijn veertigste stopt en mogelijk vijftig jaar moet overbruggen, rekent daarom vaak ook met 3,5% of 3%. De FIRE-calculator laat meerdere percentages naast elkaar zien.

Maak eerst een echt jaarbudget

Een maandbudget uit het hoofd is meestal te laag. Tel minstens twaalf volledige maanden op en neem ook de kosten mee die maar één keer per jaar verschijnen:

Wie €2.400 per maand aan gewone uitgaven heeft en daarnaast gemiddeld €7.200 per jaar aan grote posten, komt niet op €28.800 maar op €36.000 per jaar uit. Het FIRE-bedrag bij 4% is dan €900.000.

Box 3 hoort in de uitgaven

Vrij belegbaar vermogen valt in Nederland meestal in box 3. In 2026 is het heffingsvrije vermogen €59.357 per persoon en het belastingtarief over het berekende box 3-inkomen 36%. De uiteindelijke heffing hangt af van de samenstelling van spaargeld, beleggingen en schulden.

Behandel box 3 daarom als een jaarlijkse kostenpost. De box 3-calculator maakt zichtbaar hoeveel ruimte die post in een scenario inneemt. Reken daarnaast met beleggingskosten. Een verschil van 0,5 procentpunt per jaar is op een portefeuille van €800.000 gelijk aan €4.000.

Splits de route in twee periodes

Een Nederlander die vóór de AOW-leeftijd financieel onafhankelijk wil zijn, heeft twee periodes:

  1. de jaren tussen stoppen met werken en pensioen of AOW;
  2. de jaren waarin AOW en werkgeverspensioen een deel van de uitgaven kunnen dragen.

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit AOW, pensioen via de werkgever en individuele aanvulling. Die toekomstige inkomsten verlagen mogelijk het bedrag dat de vrije portefeuille na de pensioendatum moet leveren. Ze zijn alleen niet automatisch beschikbaar op de dag waarop je minder wilt gaan werken.

Stel dat iemand vanaf 45 jaar €36.000 per jaar nodig heeft. Vanaf 68 jaar leveren AOW en pensioen samen naar verwachting €24.000 netto per jaar. De vrije portefeuille moet dan eerst 23 jaar lang het volledige bedrag dragen en daarna nog €12.000 per jaar aanvullen. Dat is een ander plan dan vijftig jaar lang €36.000 opnemen.

Bekijk voor dit deel de actuele bedragen op Mijnpensioenoverzicht. Zet de uitkomst naast je vrije vermogen, niet erbovenop alsof beide bedragen vandaag beschikbaar zijn.

Werk met drie getallen

Eén exact FIRE-bedrag wekt te veel zekerheid. Een bruikbare opzet heeft drie scenario’s:

Wie €36.000 per jaar uitgeeft, krijgt zo bijvoorbeeld €900.000 als basisgetal en ongeveer €1,13 miljoen bij €39.600 uitgaven en 3,5%. Het derde scenario kan veel lager liggen wanneer een klein inkomen een deel van de maandlasten betaalt.

Het nuttigste getal is uiteindelijk niet alleen het einddoel. Meet ook ieder jaar welk percentage al is bereikt. €180.000 op een doel van €900.000 betekent 20% financiële dekking. Dat vermogen kan nog geen volledig inkomen vervangen, maar het verandert wel hoeveel nieuwe inleg en tijd er nog nodig zijn.

Bronnen