Box 3 in 2026: zo wordt je vermogen belast

Box 3 belast inkomen uit sparen en beleggen. Voor de voorlopige aanslag over 2026 rekent de Belastingdienst met verschillende forfaitaire rendementen voor banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Het werkelijke rendement van je portefeuille is in deze standaardberekening niet het uitgangspunt.
De officiële cijfers voor 2026
- Het heffingsvrije vermogen is €59.357 per persoon. Fiscale partners hebben samen €118.714 vrijstelling.
- Voor banktegoeden gebruikt de voorlopige berekening 1,28% rendement.
- Voor beleggingen en andere bezittingen geldt 6,00%.
- Voor aftrekbare schulden geldt 2,70%.
- Over het berekende box 3-inkomen betaal je 36% belasting.
De Belastingdienst vermeldt dat de percentages voor banktegoeden en schulden voorlopig zijn. De definitieve percentages worden later vastgesteld. Bron: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026, geraadpleegd op 31 augustus 2026.
De berekening in zes stappen
- Bereken het forfaitaire rendement per vermogenscategorie.
- Trek het rendement op aftrekbare schulden daarvan af.
- Bepaal de rendementsgrondslag: bezittingen min aftrekbare schulden.
- Trek het heffingsvrije vermogen af.
- Bereken welk deel van de rendementsgrondslag belast is en pas dat aandeel toe op het forfaitaire rendement.
- Vermenigvuldig het resulterende box 3-inkomen met 36%.
De aangifte voert deze verhouding automatisch uit. Daardoor is de korte rekensom “vermogen boven de vrijstelling maal forfait maal 36%” slechts een benadering.
Spaargeld en beleggingen krijgen een ander forfait
Een portefeuille van €80.000 wordt anders behandeld wanneer alles op een bankrekening staat dan wanneer het volledig uit aandelen bestaat. Het hogere forfait van 6,00% voor overige bezittingen leidt bij dezelfde waarde tot een hoger berekend inkomen dan het forfait van 1,28% voor banktegoeden.
Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan de forfaitaire berekening, kan onder voorwaarden het werkelijke rendement doorgeven. De Belastingdienst publiceert daarvoor afzonderlijke uitleg en rekent dan volgens de regels van de tegenbewijsregeling.
Vanaf 2028 staat een nieuw stelsel gepland
Het kabinet streeft naar belasting op werkelijk rendement vanaf 1 januari 2028. Tot die invoering blijft de overbruggingswet met forfaitaire categorieën relevant. De actuele stand van het wetsvoorstel staat in Box 3 vanaf 2028.