Box 3 vanaf 2028: dit stond in het geparkeerde voorstel

Het kabinet wilde box 3 vanaf 1 januari 2028 baseren op werkelijk rendement. De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 op 12 februari 2026 aan en de Eerste Kamer behandelde het voorstel op 30 juni. Op 1 september meldde De Telegraaf dat de coalitie het huidige plan parkeert en aan een ander stelsel wil werken. Lees de laatste stand in Box 3-plan geparkeerd: wat betekent dit?.
Tot de nieuwe wet ingaat, blijft het forfaitaire stelsel gelden. In Box 3 in 2026 staan de huidige percentages en vrijstelling.
Wat telt als werkelijk rendement?
Volgens het voorstel bestaat het belastbare rendement uit twee onderdelen:
- Direct rendement, zoals rente, dividend en huurinkomsten.
- Waardeontwikkeling van bezittingen, waaronder koerswinst op aandelen.
Voor veel financiële bezittingen werkt het voorstel met vermogensaanwas. Een waardestijging telt dan mee in het jaar waarin die ontstaat, ook wanneer de belegging nog niet is verkocht. Voor onroerende zaken en aandelen in familiebedrijven en startende ondernemingen kent het voorstel een vermogenswinstbenadering, waarbij afrekening plaatsvindt bij verkoop.
Kosten die met het rendement samenhangen kunnen binnen de wettelijke regels aftrekbaar zijn. Verliezen boven een drempel zijn volgens het voorstel verrekenbaar met latere jaren.
Het verschil voor spaarders en beleggers
Voor een spaarder is de hoofdlijn overzichtelijk: ontvangen rente vormt het rendement. Een laag rentejaar levert dan ook een lage grondslag op.
Bij beleggingen kan de jaarlijkse uitkomst veel sterker schommelen. Een goed beursjaar verhoogt de grondslag, terwijl een verliesjaar ruimte voor verliesverrekening kan geven. Belasting over ongerealiseerde koerswinst creëert bovendien een kasvraag: de waarde is gestegen, maar er is nog niets verkocht om de belasting uit te betalen.
Juist over die vermogensaanwas ontstond veel politieke weerstand. De staatssecretaris stuurde op 19 juni 2026 mogelijke verbeteringen naar het parlement en onderzocht een verdere ontwikkeling richting vermogenswinstbelasting. Volgens de berichtgeving van 1 september wil de coalitie nu verder gaan en het bestaande voorstel niet meer door de senaat laten behandelen. De officiële uitwerking wordt op Prinsjesdag verwacht.
Administratie wordt belangrijker
Bij werkelijk rendement zijn aankoopwaarden, stortingen, onttrekkingen, ontvangen rente en dividend nodig om de uitkomst te bepalen. Banken en brokers leveren een deel van die gegevens aan, maar de belastingplichtige blijft verantwoordelijk voor een volledige aangifte.
Een langetermijnberekening kan daarom beter met netto scenario’s werken. De vermogensgroeicalculator toont de brutogroei; box 3, fondskosten en inflatie komen daar nog bij.
Bronnen: Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3, Eerste Kamer, wetsvoorstel 36.748 en De Telegraaf, 1 september 2026. Stand: 1 september 2026.